CU Zwolle: ‘Jeugdhulp begint bij visie op jeugd en opgroeien’

image_6483441 (1).JPG

In Zwolle wonen ruim 25.000 jongeren onder de 18 jaar. Van hen ontvangen jaarlijks bijna 3.300 jongeren een vorm van jeugdhulp. Uit wereldwijd onderzoek van Unicef blijkt dat Nederlandse kinderen het meest tevreden zijn met hun leven. Ons land scoort het beste als het gaat om de mentale en fysieke gezondheid van kinderen. Gerdien Rots: “We kunnen gelukkig constateren dat het met de meeste jongeren goed gaat. Dat is een groot goed. Het is een voorrecht om in dit land geboren te worden en in dit land vader of moeder te mogen zijn. De gemeente heeft de taak om dat positieve opvoedklimaat te versterken én er te zijn voor de kinderen die extra zorg nodig hebben.”

“Als er in de politiek over jeugdhulp wordt gesproken, gaat het heel vaak over de financiële kant van het vraagstuk. CU Zwolle begint bij de visie op jeugd en opgroeien. Eerst komt de visie, daarna de financiën, de sturing en de monitoring", aldus Gerdien.


Sterk ouderschap
“Kinderen hebben bij het opgroeien betrouwbare volwassenen nodig. Volwassenen die beschikbaar zijn, die je steunen. Primair zijn dat je ouders. Geen enkele ouder is perfect. Dat geeft niet, het leven zelf is ook niet perfect. Waar het om gaat is hoe je omgaat met die imperfecties, hoe je je copingstrategieën eigen maakt. Daarom vindt CU Zwolle het een grote stap voorwaarts dat we in Zwolle sinds kort een programma hebben dat het ouderschap wil versterken. Jarenlang voorwerk vanuit onze fractie heeft er recent toe geleid dat we als één van de eerste gemeenten visie hebben op het versterken van ouderschap in zijn algemeenheid en in het bijzonder in situaties van scheidingen. Want je gunt elk kind dat de scheiding van de ouders geen of zo weinig mogelijk schade voor het kind oplevert. Helaas moeten we constateren dat het merendeel van de kinderen dat jeugdhulp ontvangt echter wel te maken heeft met een gebroken gezinssituatie. Dat onderstreept nog meer het belang van ons programma ‘Sterk Ouderschap’. Wat CU Zwolle betreft zetten we bovendien verder in op Parenting Courses, Parenting Circles en netwerken voor (aanstaande) ouders om de sociale basis te versterken.  

It takes a village to raise a child
Als kind ben je afhankelijk van de stabiliteit en veiligheid van je thuissituatie. Soms zijn ouders op onderdelen niet in staat om de gewenste steun te geven, of ze zijn niet beschikbaar omdat ze door eigen zorgen in beslag worden genomen en soms zijn ouders er -om welke reden dan ook- helemaal niet. Dan is het van belang dat andere volwassenen beschikbare steunfiguren willen zijn in het leven van deze jongeren. Die roeping ligt bij alle volwassenen in de samenleving. De uitspraak ‘It takes a village to raise a child’ laat zien dat het hele netwerk rondom een kind een rol van betekenis mag hebben. Hoe fijn is het als een kind zich zo thuis voelt bij de buren dat het er via de achterdeur naar binnen loopt! En hoe waardevol is het als je kunt terugvallen op grootouders en ooms/tantes! Het begrip ‘petekind’ is niet meer zo hip, en toch hebben veel betrokken vrienden/vriendinnen dezelfde betekenis in het leven van een kind als peetooms en -tantes vaak hadden. Dat positieve opvoedklimaat ontstaat niet zomaar. Daar kunnen we als collectief van gemeente, onderwijs en jeugdhulpaanbieders in investeren. Onze motie ‘Alliantie voor positief opgroeien in Zwolle’ van juni 2020 vroeg hier om. In dit verband brengen wij bovendien nog maar weer eens de methodiek van de Eigen Kracht Centrales onder de aandacht. Wat ons betreft maken we in Zwolle veel meer gebruik van deze methode, zodat gezinnen en hun netwerk worden ondersteund om er voor elkaar te zijn.

Normaliseren
Ieder mens krijgt in zijn leven te maken met tegenslag, ‘shit happens’. Relevant is dat we onze jongeren basisvertrouwen en basisvaardigheden leren om goed met tegenslagen te leren omgaan. Daarom is CU Zwolle er groot voorstander van dat normaliseren de norm wordt. Het is soms een verademing als een leerkracht of een hulpverlener vraagt ‘nou en?’ Hoe erg is het dat een hele vroege leerling nog niet helemaal meekomt met het leeftijdsadequate gedrag van de rest van de klas? Durven we dat kind ook de ruimte te geven om op zijn eigen tempo mee te komen, zonder het met gespecialiseerde ondersteuning bij te spijkeren tot het niveau van het gemiddelde gedrag?

Bij het stellen van normaliseren als norm moeten we ons wel goed beseffen dat dit tegen de tijdgeest ingaat. We leven in een tijd waarin kinderen van jongs af aan worden getoetst en afwijkingen van de gemiddelde scores als probleem worden beschouwd. Een tijd waarin medische modellen en werkwijzen de overhand krijgen en medicatie al snel noodzakelijk wordt geacht. Het groeiende maakbaarheidsdenken buigen we niet gemakkelijk om naar normaliseren. Daarvoor is het noodzakelijk om als onderwijs, jeugdhulpaanbieders en gemeente dezelfde visie te hebben. Het programma THINK biedt een prachtig aanbod dat uitgaat van het principe van normaliseren. Maar niet alle scholen maken er gebruik van. Dat hoeft ook niet per se, als zij dan maar wel op een andere manier bijdragen aan het normaliseren. Daarvoor is een gezamenlijke onderwijsvisie wenselijk. Onze motie ‘Hét Zwolse onderwijsverhaal’ vroeg hier om.

Preventie
CU Zwolle is over het algemeen een groot voorstander van preventie. Maar te veel preventie kan ook verworden tot een soort ultiem maakbaarheidsdenken. Iedereen moet voldoen aan hoge standaarden, als je daarvan afwijkt krijg je hulp om weer binnen de standaardnormen te komen. Het rapport van adviesbureau Andersson Elffers Felix (AEF) maakt dit probleem heel duidelijk zichtbaar. Door steeds meer outreachend en preventief te werken – dat in zichzelf heel waardevol is – lopen we het risico dat de behoefte aan jeugdhulp uiteindelijk niet afneemt, maar toeneemt. (‘Het waterpeil stijgt’ zei de AEF-onderzoeker.) AEF en de Vereniging Nederlandse Gemeenten geven feitelijk aan dat de bezuinigingsopgave die het Rijk in 2015 meegaf bij de decentralisatie van de Jeugdzorg te fors is. Als gemeenten de meerwaarde van het dichtbij hulp verlenen willen waarmaken, moet het Rijk structureel meer budget leveren.

Het lijkt onze fractie verstandig om binnen het preventief werken focus aan te brengen. Niet alles hoeft perfect. Wat ‘goed genoeg’ is, kunnen we meer met rust laten in combinatie met een beter steunaanbod in de sociale basis. Daardoor ontstaat er ruimte om meer outreachend te werken voor die families waar generatie op generatie problemen worden doorgegeven. Kinderen van ouders met een drankprobleem lopen groter risico om zelf later ook een verslavingsproblematiek te ontwikkelen. Kinderen die in armoede opgroeien hebben weinig perspectief om zelf later de armoede te ontgroeien. Veel daders van huiselijk geweld en/of misbruik zijn vroeger toen zij jong waren zelf slachtoffer geweest van huiselijk geweld en/of misbruik. Dat komt omdat in deze families de verkeerde copingstrategieën worden doorgegeven. CU Zwolle wil graag een speerpunt maken van het doorbreken van het intergenerationeel doorgeven van problemen.

Vindplaatsen
In Zwolle zijn scholen belangrijke vindplekken. Dat is waardevol. Door het normaliseren worden scholen ook steeds meer de plek waar hulp geboden wordt. Dichtbij de jongere, aansluitend op het normale leven van het kind. Het is geweldig dat een aantal Zwolse scholen hier koploper in zijn. 

Naast de scholen is er behoefte aan andere vindplekken. Met name voor jongeren die niet meer naar school gaan. We denken aan de Zwolse projecten Vuurkracht en Impacters. In Zuid-Holland wordt via het MatchMakers-project actief op zoek gegaan naar vroegtijdige schoolverlaters. In Apeldoorn is er een Jongeren Informatie Punt waar deze jongeren terecht kunnen. CU Zwolle wil graag dat we in Zwolle ook proactief deze jongeren opzoeken en hen via een persoonlijke manier begeleiden naar nieuw perspectief in hun leven. Met onze jongerenwerkers zetten we daarop in.

Samenwerking met aanbieders
Het Regionaal Serviceteam Jeugd is bezig aan een doorontwikkeling van het inkoopmodel. Minder codes en gedoe aan de voorkant en een betere verantwoording aan de achterkant. Dat lijkt ons heel verstandig. In alle gesprekken met aanbieders komt het gedoe aan de voorkant ter sprake. Daarom nog een aantal principes die wat CU Zwolle betreft leidend moeten zijn in de samenwerking met aanbieders:

  • Vertrouw op hun deskundigheid.
  • Versterk de beoordelende deskundigheid in het SWT door de beschikbaarheid van gedragswetenschappers.
  • Ontdekken dat problemen die te maken hebben met loyaliteit, hechting en trauma deskundige expertise nodig hebben en blijf daar niet mee aanmodderen met lichte ondersteuning, want dat verzwaart de problematiek in een later stadium.
  • Versnel de processen voor toewijzingen.
  • Faciliteer het systemisch werken, zodat problemen niet stand-alone, maar duurzaam binnen de context van het gezinssysteem worden aangepakt.
  • Werk vanuit het principe dat de dingen die goed gaan in de ouder-kind-relatie worden versterkt. Gewicht geven aan wat goed gaat. Versterken van positieve ervaringen.
  • Creëer meer tijdelijke plekken waar kinderen of hele gezinnen even tot rust kunnen komen.
  • Verlang van aanbieders dat ze een wachtlijst-overbruggings-aanbod aanbieden.
  • Zorg dat langdurige wlz-zorg sneller wordt onderkend.
  • Zorg voor makkelijk toegankelijke nazorg.

Wat betreft sturing en monitoring moeten we doen wat nodig is, maar niet doorschieten in een controle-kramp richting aanbieders, want dat werkt alleen maar frustrerend. Sterker nog, misschien moeten we die sturing en monitoring liever verbreden en daar ook de ouders een rol in geven. Nu hebben ouders geen zicht op wat er in de beschikking/toewijzing staat en evenmin weten ouders wat er gefactureerd wordt. Wij vragen de wethouder wat er mogelijk is om ouders hier meer positie in te geven.

Een normale jeugdtijd, met ups en downs, met vallen en opstaan, met schuring en glans, dat is wat we elke Zwolse jongere gunnen.”

Gerdien Rots

« Terug naar nieuws